De voorbereidingen van mijn bezoek begonnen al op internet. Via internet hebben we uitgevist waar het ongeveer zou moeten zitten. Ergens midden in de middag was ons bezoek daar geplant. Met de metro, stappen we op halte Kasuga uit, en we gokken op een uitgang. Je moet je voorstellen daar in Tokyo heb je complete winkelcentra onder de grond zitten, het is dan vaak niet makkelijk een goede exit te pakken te krijgen. Met het kaartje lopen we gelukkig in één keer goed en al snel sta ik oog in oog met het standbeeld van Professor Jigoro Kano.

In Japan hebben we inmiddels geleerd dat je moet kunnen bewijzen dat je daar geweest bent dus Arie op de foto met Kano. Natuurlijk moet ook de binnenkant van het gebouw bekeken worden, je bent per slot van rekening niet iedere week in Tokyo. We lopen een klein Judo winkeltje voorbij, straks hebben we nog genoeg tijd deze even leeg te kopen…. Met de lift moeten we ons melden op de 4e verdieping. De liftdeuren gaan open, we gaan klapdeuren door, en al snel komen we bij houten schotten die op de vloer liggen. Voor een ieder die al een keer voor het eerst in Japan is geweest weet precies waar deze voor zijn, zo niet nu het volgende: Japanners zijn overdreven schoon. Vanaf deze houtenschotten moet je je straat schoenen uit doen. Deze plaats je in speciale schoenenkasten. Bij de meeste (traditionele) hotels, musea, tempels, ed is dit gebruikelijk. Soms staan er ook slippers klaar voor algemeen gebruik. Hierbij is er geen gehannes tussen links en rechts, ze passen allebei niet evenals de maat, die zijn allemaal hetzelfde, en ja, te klein dus (zelfs voor mijn maat 42).
Iets wat we in Nederland niet kunnen voorstellen, maar als we de slippers weer inleveren, dan staan onze schoenen ook nog gewoon in die kast.
|
En vriendelijke niet Engels sprekende Japanner komt achter zijn balie vandaan en buigt ons vriendelijk welkom. Ik vraag heel rustig in het Engels of wij de dojo mogen bezoeken. Dit wordt niet begrepen…… Tja en toen …. Nogmaals, alleen nu wijs ik even naar een doorsnede van het gebouw en naar de 7e en 8e verdieping van het gebouw…. “Ohhhhh Doodjo"… weer wat geleerd. Het is niet dojo maar je spreekt het uit als doo djoo… “No problem” !!!! Hé hij kan toch een klein beetje Engels. Japanners schamen zich erg als ze proberen Engels te praten. Ze zijn bang dat ze het niet goed uitspreken. We hebben zelfs meegemaakt in een hotel dat een dame achter de receptie onze Engelse vragen vertaalde aan haar collega in het Japans, zij gaf antwoord en het antwoord werd in foutloos Engels opgeschreven. Toen ik vroeg waarom ze het niet in Engels wilde uitspreken, kregen we een heel verlegen blik en kreet “no no no speak….” Maar het schrijven gaat hun beter af als dat ik dat kan. Dat complimentje viel in goede aarde….
Maar goed die Japanner wilde weten uit welk land we kwamen. Ik begon met Nederland, nee dat zei ‘m niks, Netherlands, nee ook niet, Holland, nee ook niet Oranda dan, “JA ohhhhhh”, buigen buigen “Oranda!!!”. Om onze herkomst nog even kracht bij te zetten noemde ik onze grote held; Anton Geesink. “very famos, a good man”. Keurig buigend namen we afscheid en hij attendeerde ons nog op de tentoonstelling een verdieping hoger van Kano. De dojo zag er indrukwekkend uit. Op deze tatami worden diverse officiële kampioenschappen georganiseerd. Bestaande uit 420 matten en er kunnen 900 toeschouwers op de tribune zitten. Zo zijn er nog meer dojo’s in dit gebouw zo is er nog een school dojo met 240 matten, een internationale dojo met 192 matten, een vrouwen dojo met 240 matten, mannen van 114 matten. Ook is er nog een speciale dojo waar judo gedaan wordt om bepaalde technieken van judo te (be)studeren. Op de 2e verdieping gaan we vervolgens naar de bibliotheek / tentoonstellingsruimte. Hier moeten we een vriendelijk woord in het gastenboek plaatsen, waarna het licht in de tentoonstellingsruimte voor ons aan gedaan wordt.
|
Hier zijn documenten en foto’s te vinden van het Kodokan, wat zich in de jaren ontwikkeld heeft.
 Ook vind je er het gereedschap van Kano waarmee hij zijn hobby uitoefende, het teken van karakters.
 Zo lopend langs de vitrines, loop je een hoop judo geschiedenis voorbij.
 Knikkende bedanken we de jonge dame, welke diep buigend ons voor het bezoek bedankt. Weer op straatniveau bekijken we het winkeltje. Ik kan het niet nalaten voor Marco een mooi shirt mee te nemen. Maar ja wat voor een maat? Met handen en voeten maken we de Japanse oude dame duidelijk welke ik voor Marco op het oog heb. Qua maat, laten we dan maar de grootste doen. Doe Japanners zijn zo groot nog niet…… Na nog een t-shirt van mezelf besluiten we weer naar buiten te gaan…. Alleen schrikken we even van een groep jonge jongens die het pand binnen komen stormen. Het oude vrouwtje roept kort wat in het Japans, en warempel de jongens zijn stil, gaan vlug in een rijtje staan en buigen ons vriendelijk het pand uit……..
Japanners zijn en blijven toch vriendelijke mensen…..
Ben je geintresseerd naar volledige fotoverslag van deze Japan reis klik dan hier
Arie Stempher
|